Posts tonen met het label ajax. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ajax. Alle posts tonen

vrijdag 5 april 2013

Gerijpt als een goede rode wijn


Niet voor niets stond het hele vaderlandse journaille, aangevuld met tal van Belgische collega’s, de voorbije maanden in de rij voor een interview met de aanvoerder van Ajax, de gangmaker ook achter het huidige succes. Het zou wel eens de laatste gelegenheid kunnen zijn, nu de kans aanzienlijk lijkt dat Jan Vertonghen na de zomer elders voetbalt, bij een andere club, in een grotere competitie. ,,Nederland is net als België puur een opleidingsland. Spelers die het allerhoogste niveau nastreven, moeten hier niet hun hele leven blijven zitten.''

TEKST • MAARTEN DEKKER

Jan Vertonghen besefte laatst ineens dat hij bijna de helft van zijn voetbalcarrière in Amsterdam heeft doorgebracht. Het zijn gedachtes die door zijn hoofd schieten, staande op een kruispunt in zijn carrière. ,,Na zes jaar bij mijn amateurclub, VK Tielrode, en nog vier jaar bij Germinal Beerschot is dit mijn negende seizoen bij Ajax,'' somt de Belgische verdediger op. ,,Wellicht ben ik inmiddels wel meer Amsterdammer dan Belg. Hier in deze stad ben ik volwassen geworden en heb ik mijn sociale leven opgebouwd. Alles speelt zich af in Amsterdam. Ik woon er, mijn vriendin komt hier vandaan, mijn vrienden, Ajax, noem het maar op. Ik weet niet beter meer.''
Als hij al terugkeert naar België, wat amper voorkomt, dan is het voor een verjaardag in de familie. Of voor interlands met de nationale ploeg. Heeft de Amsterdammer Vertonghen ergens het gevoel dat hij een uitwedstrijd speelt als hij met de Rode Duivels aantreedt in het Brusselse Koning Boudewijnstadion? ,,Dat voelt soms wel zo ja,'' glimlacht hij. ,,De mensen in België kennen mij eigenlijk ook een stuk minder goed dan jullie in Nederland. Komt natuurlijk ook doordat ze me niet hebben zien opgroeien in hun eigen competitie. Ik was toen al weg.''
Jan Bert Lieve Vertonghen, een rustig menneke van het Vlaamse platteland, verhuisde op zijn 16de naar Nederland, naar de ‘grote stad’ Amsterdam. ,,Ik was een bescheiden, beetje timide jongen, het type dat altijd eerst de kat uit de boom kijkt. Heel anders dan de stereotiepe grote bek die mensen met Amsterdam associëren. Natuurlijk ben ik sindsdien veranderd, maar dat komt denk ik vooral doordat je mensen leert kennen en mensen jou leren kennen en je je gaandeweg automatisch wat opener opstelt.''
Hij was misschien geen supertalent dat als tiener al zijn mannetje stond tussen de echte grote kerels, maar meer iemand die moest rijpen, als een stevige rode wijn die met de jaren steeds voller en beter wordt. Een beetje verdedigers eigen. Er was destijds dat curieuze doelpunt namens Jong Ajax, in een bekerwedstrijd tegen Cambuur, waarmee hij ongewild zijn eerste bekendheid verwierf. De Friezen speelden de bal buiten om een blessurebehandeling mogelijk te maken, Vertonghen wilde hem daarna volgens de ongeschreven regels retourneren, maar zijn ‘terugspeelbal’ op keeper Peter van der Vlag verdween zomaar in het doel. De volgende dag had iedereen het erover, in bedrijfskantines, op schoolpleinen, bij de benzinepomp.
Zesenhalf jaar later is de belofte van toen Ajax’ boegbeeld van nu. Jan Vertonghen staat in het licht van de schijnwerpers, als vaandeldrager van een team dat een opmerkelijke inhaalrace wederom ziet uitmonden in het kampioenschap, maar ook als gevolg van de uitmuntende vorm die hij de laatste maanden zelf etaleerde. En dan is er nog die vermeende belangstelling van grote buitenlandse clubs, de geruchten over een vertrek in de komende zomermaanden. Iedere journalist met Ajax in zijn portefeuille wilde er de voorbije weken het zijne van weten: bij de persafdeling van de club stapelden de aanvragen voor een interview zich op.

ATYPISCHE VOETBALLER
Maar Vertonghen kan desgewenst nog altijd terugstappen in de relatieve anonimiteit, zo beaamt hij. Hij geldt als een ietwat atypische voetballer, een jongeman die nog wel eens een boek leest, die graag een pubquizje mag spelen en die met zijn vriendin Sophie theatervoorstellingen bezoekt. Daar, in dat culturele wereldje, weet bijna niemand wie hij is, want voetbal is er geen item. Heerlijk, in elk geval op zijn tijd. ,,Je zult mij niet horen zeggen dat die wereld mooier of beter is dan de voetbalwereld, maar het ik vind het persoonlijk wel prettig om af en toe over andere dingen te kunnen praten en andere gezichten tegen te komen.''
Zijn persoonlijke ontwikkeling loopt synchroon met de evolutie die hij als voetballer doormaakte. ,,Toen ik hier net kwam kijken in de jeugdopleiding, was ik ook in mijn spel rustig en bescheiden, afwachtend zelfs. Maar ik kan tijdens een wedstrijd ook heel emotioneel zijn, anders dan buiten het veld. Dat driftige heb ik als voetballer altijd gehad en ik probeer het wel in te tomen, maar het zal wel nooit helemaal weggaan. Maar dat hoeft ook niet. Als je gaandeweg maar ontdekt dat het soms nuttiger is om de rust te bewaren. Ik denk dat ik me ook in dat opzicht goed ontwikkeld heb, wat samenhangt met de ervaring die je opdoet en het zelfvertrouwen dat je daarmee opbouwt. Dat zelfvertrouwen probeer ik ook uit te stralen. Sommige mensen verwarren dat wel eens met arrogantie, maar zo is het echt niet bedoeld.''
Het was roerig als nooit tevoren, dit voor Vertonghen mogelijk laatste seizoen bij Ajax. Rode draad daarin was de door Johan Cruijff ontketende Fluwelen Revolutie, die enerzijds voor een voortdurende stroom aan publiciteit en onrust rond club zorgde, maar daarmee ook de aandacht afleidde van de sportieve problemen waarmee het eerste elftal lange tijd worstelde. ,,Veel van wat er gebeurd en gezegd is, was in principe voor niemand goed. Maar het had gek genoeg ook een positieve kant. Door al het rumoer in de kranten en onder de supporters zijn wij als eerste elftal wel een beetje buiten schot gebleven. Ook in de periode dat het gewoon heel slecht ging. Normaal kan de trainer of de spelersgroep dan wel eens onder vuur komen te liggen, maar omdat iedereen focuste op andere dingen hebben wij in relatieve rust aan een ommekeer kunnen werken.''


Dat het er halverwege de competitie allerminst naar uitzag dat Ajax zijn titel zou prolongeren, verklaart Vertonghen vooral vanuit de waslijst aan blessures die de selectie van Frank de Boer in die periode trof en het ontbreken van automatismen in het steeds van samenstelling wisselende elftal. ,,Het is een feit dat we een tijdlang heel erg zoekende zijn geweest. We misten meerdere jongens die normaal basisspeler zouden zijn geweest en met de overgebleven poppetjes was het puzzelen wie het beste op welke plek kon staan. Het leek soms wel alsof wij in het veld op zoek waren naar een eigen identiteit.''
In de herinnering en de beleving van Vertonghen was het omslagpunt de met 0-2 gewonnen uitwedstrijd tegen NAC halverwege februari, de eerste in wat een lange reeks van overwinningen zou worden. Was die zege in Breda er nog vooral eentje op strijd en karakter, geleidelijk hervonden de Amsterdammers ook de bravoure in hun spel. Winnen van Manchester United op Old Trafford was daarbij een heilzaam medicijn. ,,Het cruciale element is de druk die we zetten bij balverlies,'' analyseert Vertonghen. ,,Als we de bal kwijtraken, jagen we de tegenstander vrijwel meteen op om hem weer terug te veroveren. Dat klinkt simpel, maar het eist heel veel van ons. Je moet met z’n allen geloven in deze strijdwijze, anders is het niet op te brengen en is het gedoemd te mislukken.''
Hij spreekt lovend over zijn trainer en diens standvastigheid, ook in mindere tijden. ,,Frank de Boer werkt volgens de visie van Ajax en is daar nooit van afgestapt, ook niet toen we het moeilijk hadden. Het heeft veel geduld gevergd om die speelwijze er in te krijgen; met dat druk zetten bij balverlies, snel omschakelen bij balbezit, het positiespel dat daarbij hoort. Dat komt er nu allemaal uit en daar mogen we De Boer dankbaar voor zijn.''
Nu het elftal soepel over de velden marcheert, durft de kapitein ook zijn handelsmerk weer te etaleren. Met enige regelmaat krijgt Vertonghen het publiek in de ArenA op de banken, als hij een voor hem zo kenmerkende rush inzet. Met de bal aan de voet rukt hij dan op, met grote passen, vanaf het eigen strafschopgebied, slalommend door de vijandelijke linies, soms tot ver op de andere helft. ,,Uit de tijd dat ik nog op het middenveld speelde, weet ik dat ik een tegenstander kan uitspelen en dat ik het vermogen heb om bij het doel van de tegenstander te komen. Die rushes zijn heel natuurlijk ontstaan, eigenlijk vanaf het moment dat Martin Jol mij vast op ‘nummer 4’ posteerde. Sindsdien doe ik het steeds vaker, maar alleen als de situatie er om vraagt. Zoiets mag geen doel op zich worden. In een sterkere competitie zal het ook lastiger zijn om zo’n rush te maken. Vroeger zag je het Lucio nog wel eens doen, maar verder schiet me niemand te binnen.''
Ruim een week geleden werd hij 25 jaar. Los van die leeftijd maakt zijn rijpheid als persoon en als sporter dat Vertonghen open staat voor een nieuwe episode in zijn carrière, in een ander land, bij een andere club, in een andere stad, een andere omgeving. ,,Je moet gaan als je zelf voelt dat je er klaar voor bent,'' zegt hij. ,,Of dat nu op je 21ste of op je 25ste is. Leeftijd is geen issue. Ik voel me er als voetballer nu klaar voor.''

NEYMAR
Hoezeer supporters van Ajax een eventueel vertrek van hun aanvoerder ook zullen betreuren, ze zullen ook inzien dat het een wetmatigheid is dat de eredivisie zijn sterkste spelers jaarlijks ziet uitvliegen naar grotere, meer prestigieuze competities. ,,Dat is de realiteit,'' zegt Vertonghen. ,,Nederland brengt fantastische voetballers voort, de beste van de wereld. Maar het land is eenvoudigweg te klein om te kunnen concurreren met Duitsland, Engeland, Spanje, Italië. Daar gaat zo veel meer geld om. En uiteindelijk is geld kwaliteit en omgekeerd. Ajax zou waarschijnlijk ook wel een speler als Neymar willen halen. Maar het is simpel: zo zit de wereld niet in elkaar. Nederland is net als België puur een opleidingsland. Spelers die het allerhoogste niveau nastreven, moeten hier niet hun hele leven blijven zitten.''
Niettemin is de eredivisie een strijdperk om te koesteren, meent Vertonghen. ,,Ik houd echt van die competitie. Van de manier waarop er gevoetbald wordt, van de ambiance in de stadions, van de infrastructuur.''
De Belg is dankbaar dat hij er deel van uitmaakt, al is dat wellicht binnen afzienbare tijd passé. ,,Ik heb prachtige dingen meegemaakt bij Ajax, met het kampioenschap van vorig seizoen uiteraard als hoogtepunt. Zo’n climax maak je waarschijnlijk nooit meer mee. Het hele seizoen in de achtervolging op Twente en ze dan op de laatste speeldag inhalen. De sfeer in het stadion, uitzinnig publiek, dat maakte het plaatje compleet. Iedereen die daar bij was, vergeet dat nooit meer.''

(Publicatiedatum: 2 mei 2012)

Eindelijk fit, en ontzettend gretig



Een vermoeidheidsbreuk in zijn rechterenkel verpestte het debuutjaar van Kolbeinn Sigthórsson bij Ajax. Dan maar dit seizoen, had de IJslander zich voorgenomen toen de bal in augustus weer begon te rollen. Welgeteld één competitiewedstrijd speelde hij, tegen zijn oude club AZ, toen nieuw blessureleed zijn wereld tijdelijk deed instorten. Nu is hij terug, klaar om mee te strijden op de drie fronten waarop Ajax nog actief is. ,,De enige manier om die lijdensweg de moeite waard te laten zijn is nu alles te geven als ik op het veld sta. En er tegelijk intens van te genieten."

TEKST MAARTEN DEKKER

Het was misschien maar een kwartiertje, in een bekerpotje dat al grotendeels van zijn spanning beroofd was, maar die laatste vijftien minuten van Vitesse-Ajax (0-4) waren voor Kolbeinn Sigthórsson meer dan voldoende om zijn punt te maken. De IJslandse spits is fit en gretig. Eindelijk fit. En ontzettend gretig. Zo’n beetje zijn eerste actie in het troosteloze stadionnetje in Emmen was die avond al direct alleszeggend: een sprintje in de diepte, listig voor de verkeerd opgestelde en te laat ingrijpende Patrick van Aanholt langs kruisen en hop: dankbaar naar het natte gras. Om ook direct weer op te staan en de bal te omhelzen, als een kostbaar kleinood dat hij nooit meer uit handen zou geven. Sigthórsson moest en zou die strafschop nemen, als genoegdoening voor alle leed en tegenslag waarmee hij had afgerekend. Maar het mocht niet. Terugkijkend maakte dat niet eens zo veel uit, zoals het ook geen hoofdzaak was dat Sigthórsson de door Lasse Schöne gemiste penalty in de rebound alsnog tot doelpunt promoveerde en ook de vierde Amsterdamse treffer voor zijn rekening nam: hij had zijn punt al lang gemaakt.
Eindelijk fit, dat is hij. Bijna twee jaar sinds hij de overstap maakte van AZ naar Ajax kan Kolbeinn Sigthórsson niet anders dan teleurgesteld zijn over wat hij zijn club tot dusver heeft kunnen brengen. Zijn entree in de zomer van 2011 was nog alleszins hoopgevend. Tot hij zich begin oktober van dat jaar moest laten wisselen in een wedstrijd tegen FC Groningen. De diagnose? Een stressfractuur in zijn rechterenkel, een zogeheten vermoeidheidsbreuk. Pas aan het einde van het seizoen, toen Ajax als een soepel marcherende machine zijn tweede successievelijke landstitel ophaalde, kon Sigthórsson nog wat speeltijd meepikken.
Zijn ambities bij de start van dit seizoen waren er des te groter op, en de klap dus des te harder toen het noodlot andermaal om de hoek kwam kijken. Dit moest zijn jaar worden, een jaar waarin het Amsterdamse publiek eindelijk de ware Kolbeinn zou zien en waarin hij een belangrijke rol in een nieuw kampioenschap zou spelen. Maar de IJslander maakte alleen de eerste competitiewedstrijd (2-2 tegen zijn oude club AZ, waarin hij met een late gelijkmaker een punt redde) mee. Daarna beschadigde hij zijn linkerschouder tijdens een sessie in het krachthonk, waarna niets anders restte dan een operatie en een nieuwe, maandenlange herstelperiode. Zo moeilijk als hij het er toen mee had, zo summier praat hij er nu over. Bij voorkeur helemaal niet.
Het is niet te zeggen waar de 22-jarige spits had gestaan in zijn ontwikkeling zonder dat vuistdikke medische dossier. Allicht zou hij een nog betere en sterkere speler zijn dan hij nu is, maar gek genoeg voelt Sigthórsson zich ook na anderhalf jaar hoofdzakelijk revalideren en trainen toch een verbeterde versie van de aanvaller die twee jaar terug van AZ naar Ajax kwam. ,,Uiteraard leer je het meeste van wedstrijden spelen en dat zijn ook de momenten waarop je als team naar een hoger niveau kunt groeien. Als er wisselwerking ontstaat. Daar pluk je als individuele speler ook de vruchten van. Maar dat ik lange tijd geen wedstrijden heb gespeeld, wil niet zeggen dat ik in die periode niets geleerd heb. Door veel te kijken naar voetbal en erover te praten word je ook wijzer, vooral tactisch. Ik ben nu een slimmere speler dan toen ik binnenkwam, dat weet ik zeker."

VERSLINGERD AAN DE BAL
Anderhalf jaar terug spraken we elkaar ook al eens. Omdat kort daarna de enkel begon tegen te sputteren, kwam het er nooit meer van om dat interview te publiceren. Kolbeinn Sigthórsson vertelde destijds over Reykjavik, de hoofdstad van IJsland, waar hij opgroeide. ,,Ik heb drie broers en vier zussen. Dat is een heel grote gezin, zeker voor IJslandse begrippen. Zodra ik kon rennen, was ik verslingerd aan voetballen. Het werd ook aangemoedigd vanuit mijn familie. Ze wisten dat ze geen omkijken naar mij hadden, zodra ze me een bal gaven. Dan kon ik uren bezig zijn.''
Hij is de jongste van de vier Sigthór-zonen. Allemaal voetballen ze, of hebben ze dat gedaan. De oudste van het stel, de nu 35-jarige Andri, was ook spits. Van zijn zeventiende tot zijn twintigste speelde hij bij Bayern München. Kolbeinn: ,,Het eerste heeft hij nooit gehaald. Hij speelde met de reserves, op amateurniveau. Later heeft hij nog in Oostenrijk en in Noorwegen gezeten, bij Salzburg en Molde.'' Een zware knieblessure betekende het een einde van Andri’s carrière, waarin hij ook nog zeven interlands speelde.
Zijn jongere broertje is dat aantal inmiddels al ruim gepasseerd. Hij legt uit dat je als IJslandse jongen eigenlijk maar twee opties hebt: voetballen of handballen. ,,Handbal is een echt een grote sport bij ons. Pas de laatste jaren is het echt voorbijgestreefd door het voetbal. Dat heeft meer internationale exposure.''
En het heeft ook te maken met de goede, nieuwe lichting spelers die op hun eigen, bescheiden wijze furore maken op het Europese vasteland. ,,Van de oude garde in het nationale team zijn eigenlijk alleen nog Eidur Gudjohnsen en oud-AZ-speler Gretar Steinsson over. De overgrote meerderheid is ongeveer mijn leeftijd, begin twintig. Die nieuwe generatie heeft het overgenomen.''
De beste voetballers van het eiland zoeken onvermijdelijk en op prille leeftijd hun heil overzees, vertelt Sigthórsson. ,,Clubvoetbal in IJsland stelt niet veel voor. De beste teams zouden hier misschien mee kunnen komen in de Jupiler League, maar dat is het dan ook wel.'' De introductie van kunstgras heeft al veel geholpen. Door de lange, strenge winters op IJsland wordt de competitie ’s zomers afgewerkt. Het is nog niet zo lang geleden dat dat hoofdzakelijk gebeurde op zanderige vlaktes vol met stenen. ,,De bal sprong alle kanten op,'' herinnert Sigthórsson zich. ,,Zo vormde je wel een sterk karakter, maar je werd er zeker geen goede voetballer van. De laatste jaren is er gelukkig veel verbeterd in de faciliteiten. Er staan nu ook een paar grote hallen, een beetje vergelijkbaar met de ballonhal hier op de Toekomst.''
Zelf was hij 16 jaar toen hij de oversteek waagde. ,,Ja, dat is best jong. Maar als je als IJslandse jongen echt iets wilt bereiken in het voetbal, moet je zo snel mogelijk naar een goede competitie, zoals hier in Nederland. Thuisblijven is geen alternatief. Daarnaast is het zo dat je in die jaren voor je twintigste het makkelijkste leert. Je bent ergens nog een kind en pikt dingen sneller op dan wanneer je al wat ouder bent. Zoals het ook met lesstof op school werkt.''
Hij weet nog goed hoe hij voor het eerst bij AZ kwam, hopend om die club tijdens een trainingsstage te overtuigen van zijn kunnen. ,,Maar het was midden in de winter. Hier in Nederland kon op dat moment prima gevoetbald worden, maar in IJsland lag alles stil. En ik had dus ook al een poosje geen wedstrijden gespeeld, alleen maar een beetje voor mezelf op die stenen vlaktes getraind. Ik kwam dus bepaald niet in topvorm naar AZ toe. Na die stage zeiden ze dat ze wel mijn potentieel zagen en dat ze me zouden blijven volgen. Dat is ook gebeurd. Een half jaar later, toen ik een paar goede wedstrijden had gespeeld met de nationale jeugdploeg, wilden ze me alsnog hebben.''

Zijn zus kwam mee naar Nederland, om hem in de eerste paar maanden alle dingen bij te brengen die komen kijken bij een leven op eigen benen. ,,Daarna stond ik er alleen voor, maar dat heb ik nooit erg gevonden,'' zegt Sigthorsson. ,,Je hoort soms verhalen van jongens die de verantwoordelijkheid niet aankunnen en gekke dingen gaan doen als ze zelf de regie over hun leven krijgen. Maar ik ben ervan overtuigd dat dat ook in je karakter moet zitten. Voor mij is het nooit een probleem geweest. Ik zag vooral een groot voordeel aan alleen wonen: dat ik me volledig op het voetballen kon concentreren, zonder afleiding van anderen. Daarvoor was ik hier tenslotte ook gekomen, om te slagen, om beter te worden.''
Soms was het een eenzaam bestaan, erkent hij, maar dramatisch moeten we er zeker niet over doen. ,,Het scheelde dat er ook andere IJslanders bij AZ waren. Johann Berg Gudmundsson, die er nu nog steeds speelt. En in mijn eerste jaar stond Joey Gudjonsson er ook nog onder contract. Hij is een van mijn beste jeugdvrienden, het was puur toeval dat we elkaar hier weer tegenkwamen. Hij heeft dat seizoen amper wedstrijden gespeeld, maar het was voor mij wel fijn dat hij er was.''
Toen hij zijn eerste contract tekende in Alkmaar was Sigthórsson amper 17 jaar, maar van rustig instromen was geen sprake. De aanvaller sloot direct aan bij de selectie van toenmalig AZ-trainer Louis van Gaal.

BLESSURELEED
Voor hij goed en wel aan dat niveau had kunnen wennen, ging het mis. ,,In die periode is mijn schouder een keer uit de kom geraakt en later brak ik mijn enkel,'' somt hij op, uiterlijk onaangedaan. ,,Twee jaar lang heb ik eigenlijk niets kunnen doen, nauwelijks kunnen tonen wat ik in mijn mars had. Toen ik eenmaal echt fit was, ging het ook meteen lopen. Ik speelde dat seizoen 32 wedstrijden in de eredivisie, maakte vijftien goals. Eigenlijk vanuit het niets.'' Hoogtepunt was zonder meer de thuiswedstrijd tegen VVV, waarin de jonge IJslander vijf keer scoorde. ,,Zoiets gebeurt je in je hele carrière misschien maar één keer. Direct na die wedstrijd besefte ik dat al.''
Zijn successeizoen leverde hem belangstelling op uit alle windstreken, maar voor Sigthórsson stond al vrij snel vast dat zijn volgende bestemming Amsterdam zou zijn. ,,Ajax is een club waar je als klein jongetje in het buitenland van droomt. Ik keek altijd al graag naar het voetbal dat ze speelden. Voeg daarbij dat ze net kampioen waren geworden en dus de Champions League in gingen en de keuze was echt niet moeilijk voor mij.''
Het voelde ook als een natuurlijke stap, een logisch vervolg in het land waar hij zich juist begon thuis te voelen. Ontzettend gretig is hij. Ajax’ nummer 9 voelt enerzijds de drang om zich eindelijk te bewijzen tegenover de mensen die hem twee zomers terug zo graag naar Amsterdam zagen komen, maar sinds zijn komst nog veel te weinig van zijn kwaliteiten hebben kunnen genieten.
Maar bovenal beloont Sigthórsson zichzelf ermee, voor al die maanden harde arbeid, die vaak monotone en soms deprimerende herstelwerkzaamheden aan zijn lichaam. ,,De enige manier om die lijdensweg de moeite waard te laten zijn is nu alles te geven als ik op het veld sta. En er tegelijk intens van te genieten. Vanavond tegen Steaua kijk ik ernaar uit om weer voor eigen publiek te spelen. Ik zal nooit vergeten hoe dat vorig jaar was, toen ik als reserve ging warmlopen tijdens de wedstrijd tegen Heracles. De hele Arena juichte me toe. Ik heb me zelden zo goed gevoeld als die middag.''

(Publicatiedatum: 14 februari 2013)

vrijdag 1 oktober 2010

Voor altijd warme band met Auxerre


Hoe vurig hij vanavond ook hoopt op succes voor Ajax, Teemu Tainio zal altijd een warme band blijven voelen met Auxerre, de provincieclub die hij zevenenhalf jaar diende. ,,De mensen daar hebben mij destijds fantastisch opgevangen, ik ben er als mens en als voetballer volwassen geworden en mijn beide kinderen zijn in Auxerre geboren. Plus: ik heb er wijn leren drinken", grapt de Fin, die hersteld is van een hamstringblessure.

Vanuit zijn geboorteplaats Tornio, een stadje van twintigduizend inwoners in de noordelijke provincie Lapland, is het amper twee uurtjes rijden naar de poolcirkel. Teemu Tainio kan smakelijk vertellen over de momenten waarop de Finse winter al weer genadeloos was ingevallen, maar hij als klein ventje de drang toch niet kon weerstaan om met zijn voetbal naar buiten te gaan. ,,Daar speelde ik dan met vriendjes uit de buurt, ook al wees de thermometer twintig of zelfs dertig graden onder nul aan. We waren soms aardig verkleumd als we weer naar binnen gingen, maar dat hadden we er voor over. Daar in Tornio duren de zomers zo kort. Voor je er erg in hebt, is het voetbalseizoen weer voorbij."
De logische keuze voor een jongen uit die contreien is ijshockey, nog altijd sport nummer 1 in Tainio’s vaderland. ,,Ik heb het in mijn jeugd ook gedaan. Als je ook in de winter aan een teamsport wil doen, is er gewoon geen andere keuze. Voetbal is de laatste decennia wel sterk gegroeid, vooral dankzij de prestaties die Jari Litmanen en ook Sami Hyypiä in het buitenland hebben neergezet. Inmiddels spelen er heel wat jongens over de grens, maar voor de nationale ploeg zal het altijd een probleem blijven dat de competitie in Finland zo kort duurt. Een groot deel van de interlands wordt gespeeld als het voetbal bij ons stil ligt." Nog nooit overleefde Suomi de kwalificatiecyclus voor een WK of EK, zoals de ploeg van de Schotse bondscoach Stuart Baxter nu al weer flink achterop ligt in de poule waarin ook het Nederlands elftal acteert.
Teemu Tainio droeg al meer dan vijftig keer het Finse shirt, maar de EK-kwalificatiewedstrijd van vorige week tegen Hongarije liet hij aan zich voorbij gaan. ,,Ik was wel opgeroepen en vind het altijd een grote eer om mijn land te vertegenwoordigen, maar op dit moment was het verstandiger om hier in Amsterdam te blijven, om helemaal fit te worden en me te concentreren op mijn werk bij Ajax." De middenvelder tobde een tijdje met een hamstringblessure, opgelopen tijdens zijn invalbeurt in de UEFA Champions League tegen Real Madrid.


Sinds zijn overgang van Sunderland naar Ajax op de slotdag van de transfermarkt werd bezegeld, verheugt de 30-jarige Tainio zich al op de dubbele confrontatie met AJ Auxerre, de club waar hij zevenenhalf jaar onder contract stond. ,,De loting was al bekend toen ik tekende, dus ik wist wat me te wachten stond. Vandaag en over twee weken zal ik er alles aan doen om Ajax aan overwinningen te helpen, maar los daarvan zal ik altijd een ontzettend warme band met Auxerre blijven voelen. De mensen bij die club hebben mij destijds fantastisch opgevangen, ik ben er als mens en als voetballer volwassen geworden en mijn beide kinderen zijn in Auxerre geboren." En hij heeft er wijn leren drinken, grapt Tainio.
De Fin was net 18 jaar toen hij in Frankrijk arriveerde. Een jaar eerder had hij als speler van de Finse landskampioen FC Haka Valkeakoski een tijdje meegetraind bij PSV en bij Manchester United, maar hij koos er uiteindelijk voor om eerst zijn dienstplicht te vervullen. Na acht zware maanden in het leger bleken de clubs hem nog altijd niet vergeten. ,,Ik kon onder andere naar AC Milan en naar Manchester United, maar daar zou ik in een jeugdteam komen. Ik had een beter gevoel bij Auxerre, waar ik een week heb rondgekeken en meegetraind. Het was een perfecte plek voor een jonge speler om door te groeien."
Niet voor niets heet de club voluit Association de la Jeunesse Auxerroise: vereniging van de jeugd van Auxerre. Tainio: ,,Hun opleiding is fantastisch georganiseerd, een beetje volgens hetzelfde systeem dat ook hier bij Ajax wordt gebruikt. Alle jeugdteams spelen op dezelfde manier, zodat iedereen elkaar begrijpt en de doorstroming optimaal is. Wat dat betreft lijken de twee clubs wel op elkaar. Ze zijn allebei heel bewust bezig met het opleiden van eigen talenten, als basis voor het eerste elftal."
Sinds zijn vertrek in 2005 is hij er nog niet terug geweest, maar Tainio weet zeker dat er heel wat warme omhelzingen zullen zijn als hij over twee weken met Ajax het Stade Abbé Deschamps binnenwandelt. ,,In de huidige selectie van Auxerre zitten nog maar twee spelers die er in mijn tijd ook al bij waren: Jean-Pascal Mignot en Stéphane Grichting. Maar de mensen bij de club ken ik nog allemaal. Ze zijn trots, zoals de hele stad trots is op de voetbalclub. Ga maar na: er wonen veertigduizend mensen in Auxerre en er gaan twintigduizend mensen in het stadion."
Glimlachend verhaalt hij over Guy Roux, de legendarische trainer die Auxerre maar liefst 44 jaar lang onder zijn hoede had. ,,Behalve onze coach was hij ook een soort vaderfiguur, zeker in de begintijd. Het was toch best lastig om je draai te vinden in een omgeving waar niemand Engels sprak. Nu spreek ik vloeiend Frans, maar aanvankelijk communiceerden we hoofdzakelijk met gebaren. Met twee andere jongens woonde ik destijds vlakbij het stadion. Soms klopte de trainer daar zomaar aan en dan ging hij een pot thee zetten voor ons. Een prachtige man."
Dat hij zijn eerste buitenlandse werkgever bijna acht jaar trouw bleef (Tainio kwam in de winterstop van het seizoen 1997-1998 naar Auxerre, na afloop van de Finse competitie), vindt hij zelf niets om van op te kijken. ,,Goed, je ziet het niet veel, dat een profvoetballer zo lang bij dezelfde club blijft. Maar ik had het daar goed naar mijn zin, groeide nog steeds door en we waren als ploeg behoorlijk succesvol. Met Auxerre heb ik twee keer de Franse beker gewonnen en we hebben ook toen Champions League gespeeld. Bovendien zit het verhuizen-om-het-verhuizen helemaal niet in mijn natuur. Als ik ergens goed zit, is het goed."


Zo is het nu zijn insteek om verlenging af te dwingen van de eenjarige verbintenis die hij eind augustus tekende in Amsterdam. ,,Bij elk contract dat ik onderteken, heb ik een plan voor de iets langere termijn. Dat is nu ook zo. Ik wil het hier zo goed mogelijk doen en hopelijk de komende jaren ook nog een bijdrage kunnen leveren aan het team. Dat is lastig in de voetballerij, want je hebt het traject van je eigen carrière niet altijd in de hand. Toen ik in 2005 naar Tottenham Hotspur ging, was dat iets onwerkelijks. De Premier League is voor Finnen het hoogst haalbare en Tottenham was altijd al mijn droomclub geweest. Ik heb er ook een fantastische tijd gehad, met Martin Jol als trainer werden we twee keer vijfde. Maar toen kwam er een andere manager en was er geen plek meer voor mij. Zo is het ook gegaan bij Sunderland, waar na een jaar een nieuwe trainer kwam."
Na een seizoen op huurbasis bij Birmingham City, waar hij mede door blessureleed maar zes keer in actie kwam, besloot Tainio verder te kijken. Een langer verblijf in de Engelse middenmoot was zeker mogelijk geweest, maar toen hij hoorde van de interesse uit Nederland was zijn voorkeur snel duidelijk. ,,De naam Ajax heeft nog altijd een magische klank in Finland, door de dingen die Jari hier voor elkaar heeft gekregen. Feitelijk is iedereen in Finland daardoor nog steeds fan van Ajax. Ik heb dat ook meegekregen. Toen Ajax de Champions League won, was ik vijftien jaar. Om een Fin zoiets te zien bereiken, dat was een enorme inspiratiebron voor een jonge voetballer als ik."
Dat hij later ploeggenoot van Litmanen zou worden bij het nationale elftal, dat kon Tainio toen nog niet vermoeden. ,,We zijn nu gewoon collega’s, in die zin kijk ik niet meer tegen Jari op. Los van wat hij bereikt heeft in zijn loopbaan, zijn we ook compleet verschillende voetballers. Hij is een pure, natuurlijke nummer tien. Terwijl ik het meer van hard werken moet hebben. Ik mocht me graag spiegelen aan Edgar Davids, toen we nog ploeggenoten waren bij Tottenham."

vrijdag 11 september 2009

Van rebel tot model


Nog niet eens zo lang geleden liet Luis Suarez zijn intuïtie nog wel eens prevaleren boven afspraken en zijn ego boven het teambelang. Nu is de 22-jarige Uruguayaan aanvoerder van Ajax en ontwikkelt hij zich meer en meer tot een modelprof. ,,Na die overwinning bij FC Groningen had ik een veel beter gevoel dan na mijn hattrick tegen RKC.''

,,Alles is nieuw'', zegt Luis Suarez op een zeker moment. Het gesprek gaat dan over de trainerswisseling bij Ajax, maar het zinnetje had ook kunnen slaan op de verhuizing van het eerste elftal naar jeugdcomplex De Toekomst of op de krachtsverhoudingen in de vaderlandse eredivisie. En in feite hebben Suarez’ woorden ook betrekking op hemzelf. Want de aanvaller heeft een ingrijpende gedaanteverwisseling ondergaan, sinds hij twee jaar geleden Ajacied werd. ,,Ik word ook een dagje ouder,'' lacht de 22-jarige Uruguayaan zijn karakteristieke rij tanden bloot.
Twee jaar terug was hij een veelbelovend, maar nog ongepolijst talent dat bereid was een breuk met FC Groningen te forceren om in Amsterdam terecht te komen. Een nogal recalcitrante jongen, die liever voetbalde op intuïtie dan op basis van afspraken. In zijn grillige spel lagen Zuid-Amerikaans temperament en maniertjes besloten. Schwalbes, opstootjes, fluitconcerten – daar kwam te vaak de nadruk op te liggen. Zo werd werd Suarez vorig seizoen niet alleen tweede op de topscorerslijst achter AZ-spits Mounir El Hamdaoui, op Mihai Nesu van FC Utrecht na had hij ook de meeste gele kaarten achter zijn naam.
Maar dat alles was toen en nu is alles nieuw, Luis Suarez incluis. De rebel van weleer lijkt meer en meer uit te groeien tot een modelprof. De komst van Martin Jol als vervanger van Marco van Basten hangt daar nauw mee samen, beaamt Suarez. ,,Er zijn geen twee trainers te vinden die precies hetzelfde zijn, al zou je het proberen. En allemaal hebben ze hun plussen en minnen. Zo heeft deze trainer als geen ander de gave om iedereen tevreden te houden. Niet alleen de jongens die altijd in de basis staan, maar ook degenen die weinig speeltijd krijgen. De selectie is nog nooit zo hecht en eensgezind geweest als nu.''
Ook Suarez voelt zich gewaardeerd en gestimuleerd door Jol, die de Uruguayaan al snel na zijn aantreden aanvoerder maakte. Die prestigieuze benoeming werkt door in zijn ontwikkeling, voelt de Ajacied. ,,Het is een mooie blijk van waardering, zeker voor een jonge speler zoals ik. Ik ben er trots op om aanvoerder van Ajax te zijn, maar ik besef ook dat het verantwoordelijkheden met zich meebrengt. Ik moet laten zien dat ik de grote speler ben die de trainer in mij ziet.''
Dat probeert de nieuwe captain vooral buiten het veld te doen. In de kleedkamer stelt hij zich bewust zo open mogelijk op, daar waar Suarez voorheen vooral zijn Spaanstalige teamgenoten opzocht. En ook naar buiten toe draagt hij op overtuigende wijze het wij-gevoel uit. ,,Niemand bij Ajax is beter of belangrijker dan een ander, daar moet iedereen van doordrongen zijn. We kunnen alleen kampioen worden als we daar met zijn allen hard voor werken. Samen kunnen we bijna alles.''

De collectiviteitsgedachte klinkt ook door als Suarez terugkijkt op de eerste wedstrijden van het seizoen. Natuurlijk, hij was blij en trots na de hattrick waarmee hij RKC Waalwijk op de knieën kreeg. ,,Maar na de overwinning bij FC Groningen had ik een veel beter gevoel. Als je weet dat Ajax het daar traditioneel heel moeilijk heeft en je blijft dan als team zo overeind, dan geeft dat heel veel voldoening. Ja, meer voldoening dan die drie doelpunten tegen RKC. Zondag had ik mijn twee goals tegen PSV ook zo willen inruilen voor drie punten. Het gaat er uiteindelijk alleen maar om dat wij wedstrijden winnen. En als ik daarmee topscorer van Nederland word, is dat hoogstens mooi meegenomen.''
Mismoedig stelt hij vast dat hij zijn potentie nog te weinig buiten de landsgrenzen heeft kunnen tonen. Sinds Suarez bij Ajax onder contract staat, boekte de club weinig aansprekende resultaten in Europese wedstrijden. Twee jaar geleden versperde Slavia Praag de toegangsdeur naar de Champions League, waarna ook de groepsfase van het UEFA Cuptoernooi werd misgelopen – door toedoen van Dinamo Zagreb. Vorig seizoen strandde Ajax in de vierde ronde van het toernooi dat inmiddels als Europa League door het leven gaat. Olympique Marseille was toen de boosdoener. Suarez: ,,Ajax hoort gewoon thuis in de Champions League. Het is niet goed om daar jaren achter elkaar niet bij te zijn. Ook daarom gaan we er alles aan doen om dit seizoen kampioen te worden. Zodat we het jaar erna weer tegen de sterkste ploegen van Europa kunnen spelen. Die grote wedstrijden, daar droom ik van.''
De realiteit heet Slovan Bratislava en is voor Suarez nog grotendeels een onbeschreven blad. Los daarvan ziet hij in dat de tweestrijd van groot belang is. Mocht de kampioen van Slowakije in twee etappes worden bedwongen, dan is Ajax immers zeker van nog eens zes duels op het Europese toneel. ,,Zo kunnen we ons toch laten zien in het buitenland. Dit mag dan niet het hoogste niveau zijn, maar ook in de Europa League zul je bijna alleen maar aansprekende namen tegenkomen. En daar mag Ajax niet tussen ontbreken.''
In de pas net gestarte race richting het kampioenschap is Sparta de volgende horde voor Suarez en co. Hij is beducht voor de Rotterdamse tegenstand, niet in de laatste plaats vanwege de ontluisterende nederlaag die Ajax vorig seizoen incasseerde op het Kasteel. Die middag luidde achteraf gezien het vroegtijdige vertrek van Van Basten in. ,,Wij waren echt heel slecht die dag'', herinnert Suarez zich. ,,Maar dat neemt niet weg dat ik Sparta echt een goede ploeg vind. Ook zij hebben inmiddels een nieuwe trainer, waardoor ze waarschijnlijk iets anders zullen spelen dan toen. Maar uiteindelijk moet dat allemaal niets uitmaken. Wij spelen thuis en thuis moeten we sowieso altijd winnen. Dat zijn we ook verplicht aan de mensen, aan het publiek.''
Geïnteresseerd en geamuseerd heeft Ajax’ aanvoerder de verrichtingen van de andere teams in de eredivisie gevolgd. ,,Het seizoen is nog jong, maar op basis van wat ik nu gezien heb, is de concurrentie groter geworden. AZ en Twente zijn er in elk geval niet zwakker op geworden, voor PSV geldt hetzelfde en Feyenoord lijkt ook weer aan te haken. Het maakt de competitie leuk en boeiend. Maar echt mooi is het pas als ik straks als eerste de kampioensschaal omhoog mag houden.''


WK als tweede grote doel
Naast de landstitel met Ajax heeft Luis Suarez dit seizoen nog een groot doel voor ogen: deelname aan het WK in Zuid-Afrika. Met de nationale equipe van Uruguay kan hij begin september een belangrijke stap zetten richting die eindronde. De ploeg van bondscoach Oscar Tabarez gaat dan eerst op bezoek bij Peru, de al uitgeschakelde hekkensluiter in de Zuid-Amerikaanse kwalificatiecyclus.
Drie dagen later ontvangt Uruguay in Colombia een van de directe concurrenten voor de vijfde plaats. Die geeft recht op het spelen van een uit- en thuiswedstrijd tegen een ploeg uit de Noord-Amerikaanse zone, met een WK-ticket als beloning voor de winnaar. De vijfde plek lijkt het hoogst haalbare voor Uruguay, dat momenteel achter Brazilië, Chili, Paraguay, Argentinië en Ecuador zesde staat.
In oktober spelen Suarez en zijn landgenoten nog uit tegen Ecuador en thuis tegen het Argentinië van bondscoach Diego Armando Maradona. ,,Het zou voor ons land een grote teleurstelling zijn als we het WK niet halen'', zegt Suarez. ,,We waren er drie jaar geleden ook al niet bij in Duitsland. En dat terwijl we toch een heel goede ploeg en een grote naam hebben. Wij zullen altijd het eerste land blijven dat ooit wereldkampioen werd, in 1930. Historisch gezien zijn we het derde land van Zuid-Amerika, na Brazilië en Argentinië. Er wordt altijd met respect over Uruguay gesproken.''

woensdag 20 mei 2009

Een warme hand voor Louis van Gaal


Zijn contract in Amsterdam loopt nog twee jaar door en wat de toekomst daarna brengt, daarover heeft Gabri nog nauwelijks nagedacht. ,,Maar ik zou het wel mooi vinden om later te kunnen zeggen dat ik in al die jaren alleen voor Barcelona en Ajax heb gespeeld. Het zijn toch twee clubs die door de jaren heen een speciale connectie hebben opgebouwd.''

Wanneer Ajax vanmiddag met gepast respect de nieuwe kampioen van Nederland onthaalt, mag Louis van Gaal op ten minste één warme handdruk rekenen. In het kamp van de tegenstander komt de trainer van AZ een speler tegen die hij bijna tien jaar geleden liet debuteren in het eerste elftal van FC Barcelona. Real Zaragoza was de tegenstander, Gabriel García de la Torre weet het nog goed. Hij was een broekie van twintig jaar, dat zich in de jaren daarvoor had doen gelden in Barcelona B, het opleidingsteam van de Catalaanse grootmacht. Van Gaal haalde hem in de zomer van 1999 naar de A-selectie en op die 22ste augustus ging zijn droom dan eindelijk in vervulling. Een half uur voor tijd mocht hij invallen. Het klaterende applaus in Nou Camp was niet alleen bestemd voor de gewisselde Luis Enrique, het thuispubliek begroette er ook Gabri mee. Hij was eigen kweek en dus bij voorbaat sympathiek, in een seizoen waarin Barcelona met acht Nederlandse spelers op de loonlijst wellicht wat al te nadrukkelijk oranje kleurde.
Een paar maanden later nam Van Gaal geëmotioneerd ontslag bij de club die hij in de twee seizoenen daarvoor grote sportieve successen had geschonken. Zijn populariteit bij de pers en het Catalaanse publiek was tot een dieptepunt gedaald, maar Gabri spreekt nog immer in warme bewoordingen over de man die hij ook in het seizoen 2002-2003 nog even meemaakte bij Barcelona. ,,Van Gaal en Henk ten Cate zijn de twee belangrijkste trainers die ik in mijn carrière heb meegemaakt. Van Gaal heeft mij destijds de kans gegeven. Alleen al daarvoor zal ik hem altijd dankbaar blijven.''
Zonder in de keuken van AZ te kunnen kijken, schuift de Spaanse Ajacied een groot deel van de credits voor de Alkmaarse landstitel naar zijn voormalige leermeester. ,,Van Gaal slaagt er altijd in om het maximale uit een spelersgroep te halen, dat heb ik aan den lijve ondervonden. Hij is ontzettend veeleisend. Het belangrijkste dat ik van hem geleerd heb, is altijd geconcentreerd en gefocust te blijven. Of het nu een eenvoudige training is of een belangrijke wedstrijd, bij hem mag je nooit verslappen.''
Nog los van de keren dat Ajax en de andere concurrenten het dit seizoen lieten afweten, valt er op het kampioenschap van AZ niets af te dingen, meent ook Gabri. ,,Hun seizoen is een rechte lijn. Over een heel jaar zijn ze verreweg de meest constante ploeg geweest. Dat is geen kwestie van geluk, maar van kwaliteit. Als je drie wedstrijden voor het einde twaalf punten voor staat, kan dat nooit toeval zijn.''
Met meer dan gemiddelde belangstelling volgt hij nog altijd de verrichtingen van zijn eerste liefde. Net als AZ oogt Barcelona dit seizoen zeldzaam soeverein, ook al bevindt Real Madrid zich met zes punten achterstand nog binnen schootsafstand en is de Spaanse titelrace dus nog lang niet gelopen. Gabri kijkt ook met bewondering naar Josep Guardiola, de jonge trainer die de scepter overnam van Frank Rijkaard en met wie hij nog samenspeelde. ,,Hij en ik schelen iets te veel in leeftijd om echt vrienden te zijn, maar we hebben wel veel gemeenschappelijke vrienden. Pep woonde vroeger in een dorpje zes kilometer verderop. Hij was toentertijd al een grootheid, waar je als jongetje tegenop keek. Wat hij presteert als trainer, is ongelofelijk. Niemand in Barcelona twijfelde aan zijn kwaliteiten, visie en verstand van voetbal en iedereen wist dat het er op een dag van zou komen. Maar nu al? Dat had geen weldenkend mens kunnen voorspellen.''
Als trotse Catalaan ziet hij vergenoegd dat zijn generatiegenoten Carles Puyol, Andres Iniesta, Xavi en Victor Valdes tegenwoordig steunpilaren zijn in een collectief met Lionel Messi, Samuel Eto’o en Thierry Henry als onstuitbare aanvalslinie. ''Het is een prachtig elftal, waar ik natuurlijk nog steeds grote verbondenheid mee voel. Al is het de laatste tijd niet zo emotioneel op Barcelona te zien voetballen op tv. Daar is het eigenlijk zelden spannend genoeg voor.''
Het is nu drie jaar geleden dat Gabri vertrok uit zijn vaderland. De drievoudig Spaans international had destijds een periode van aanhoudend blessureleed achter zich, waarin hij had moeten toezien hoe Barcelona onder leiding van Rijkaard weer uitgroeide tot een swingend geheel, dat met twee landstitels en bovenal de Champions League in 2006 ook grote successen vierde. Dat er na zijn langdurige afwezigheid nog een voorname rol voor Gabri zou zijn weggelegd, leek derhalve steeds onwaarschijnlijker. En dus besloot hij in te gaan op de uitnodiging van Henk ten Cate, die als assistent van Rijkaard in drie jaar tijd een vertrouwensband met de revaliderende middenvelder opbouwde en nu bij Ajax aan de slag ging. ,,Het was tijd voor iets anders. Mijn contract bij Barcelona liep af en ik wilde graag eens een tijdje in een ander land wonen.''
Het leven in Amsterdam bevalt hem nog altijd uitstekend. ,,Dat komt ook omdat ik hier bij de club vanaf het eerste begin heel goed ben opgevangen. Je zou misschien denken dat het voor mij als Spanjaard makkelijk is dat er hier veel Spaanstalige jongens in de selectie rondlopen: Oleguer, Dario Cvitanich, Luis Suarez, Bruno Silva. Maar dat geldt vooral voor dingen buiten het voetbal. Juist de mensen van binnen de club helpen je als buitenlander om je aan te passen aan de Nederlandse gebruiken.''
Wat nog ontbreekt aan zijn Amsterdamse periode, is sportief succes. Natuurlijk, Gabri maakte deel uit van de ploeg die in 2007 beslag legde op de KNVB Beker. Maar de prijs waar Ajax in al zijn geledingen naar smacht, is ook dit jaar buiten bereik gebleven, constateert de Spanjaard met spijt in zijn stem. ,,Je merkt aan alles dat deze club ontzettend aan een kampioenschap toe is. Iedereen werkt er keihard voor, maar toch is het al een paar jaar niet gelukt. Dat doet mij ook pijn. Ik denk dat het voor al die mensen een enorme morele injectie zou zijn als wij Ajax komend seizoen alsnog aan de titel helpen.''
Hoe lang hij Ajax nog trouw blijft? Gabri heeft er nog nauwelijks over nagedacht. Wat vaststaat, is dat het contract van de 30-jarige middenvelder nog loopt tot de zomer van 2011. Daarna ligt alles open. ,,Ik denk niet in jaren of getallen,’ zegt hij. ‘Maar ergens heb ik altijd wel in mijn hoofd gehad dat ik op mijn 34ste zou stoppen als voetballer. Als dat bij Ajax is, prima. Want ik zou het wel mooi vinden om later te kunnen zeggen dat ik in al die jaren alleen voor Barcelona en Ajax heb gespeeld. Het zijn toch twee clubs die door de jaren heen een speciale connectie hebben opgebouwd.''

Blessureleed
Zoals Ajax zichzelf rond deze tijd van het jaar maar wat graag had teruggezien op het bordes, spuitend met champagne en zwaaiend met de kampioensschaal, zo kan ook Gabriel García de la Torre zich wel een prettiger omgeving voorstellen dan het krachthonk van sportpark de Toekomst. Toch is dat tijdelijk het tweede thuis van de Spaanse Ajacied, juist nu de Eredivisie zijn ontknoping nadert en zijn team nog drie keer vol aan de bak moet om als tweede te kunnen eindigen. Gabri zal die cruciale wedstrijden tegen AZ, Sparta en FC Twente stuk voor stuk vanaf de tribune bekijken, nu hij worstelt met een blessure – niet voor het eerst dit seizoen. Drie weken terug verstuikte hij zijn rechterenkel, tijdens Jong Ajax-Jong Sparta. In dat duel maakte Gabri juist zijn rentree, nadat een scheurtje in een kuitspier en een lichte hersenschudding hem wekenlang aan de kant hadden gehouden. ,,Het is pure pech,'' zegt hij berustend. ,,Ik maakte een sprong en bij de landing voelde ik mijn enkel wegklappen. Het hoort er helaas bij. Wie voetbalt, kan geblesseerd raken. Dat is altijd vervelend, maar vooral in deze fase, nu de beslissingen vallen.''
Nog zeker twee weken denkt hij nodig te hebben om weer voluit te kunnen rennen. Tegen die tijd is de competitie al voorbij, een competitie die zowel voor Ajax als voor Gabri tamelijk teleurstellend is verlopen. Vooral door blessureleed was zijn inbreng geringer dan in voorgaande jaren. Slechts zestien keer deed de Spanjaard mee, tegen 31 en 26 optredens in de seizoenen hiervoor. ,,Voor mij zit er niets anders op dan revalideren en hard trainen om weer helemaal fit te worden. Ik richt me op het nieuwe seizoen. De voorbereiding begint al op 22 juni en tegen die tijd wil ik er staan.''

woensdag 19 december 2007

'Elk doelpunt telt gewoon voor een'


Na bijna twee seizoenen, tweeënzestig competitiewedstrijden en vijftig treffers in de eredivisie kijkt Klaas Jan Huntelaar met gemengde gevoelens terug. ,,Het wordt nu tijd voor de hoofdprijs. Daarvoor ben ik naar Ajax gekomen.’’

De eerste wandeling naar het trainingsveld door een erehaag van supporters, de overweldigende belangstelling van de media bij zijn officiële presentatie in het Ajax-shirt, zijn ontwapenende commentaar op de vraag of de transfersom van negen miljoen euro niet voelde als een molensteen om zijn nek (’ik heb nog niets zien hangen’); het lijkt langer dan twee jaar geleden, vindt Klaas Jan Huntelaar. ,,Dat komt vooral doordat het eigenlijk drie periodes zijn: het eerste halfjaar onder Danny Blind, toen een heel seizoen met Henk ten Cate en nu weer een half seizoen.’’
Dat gefragmenteerde geeft al aan dat het sinds de entree van Huntelaar zelden rustig was bij Ajax en verklaart ook zijn gemengde gevoelens. ,,Ik ben bij een heel mooie club terecht gekomen, maar sportief wil je natuurlijk altijd meer. Kampioen worden, Europees gezien goed presteren en zo lang mogelijk meedoen. Dat is allebei niet gelukt. We hebben de laatste twee seizoenen wel de beker gewonnen, dat was ook mooi. Maar het wordt nu tijd voor de hoofdprijs. Daarvoor ben ik naar Ajax gekomen.’’
Zijn eigen statistieken uit de achterliggende periode zijn ronduit overweldigend, al is Huntelaar de eerste om de waarde daarvan in het juiste perspectief te plaatsen. Zijn vijftigste competitietreffer voor Ajax mocht dat een cijfermatige mijlpaal vormen, als hij valt in een droevige vertoning als onlangs tegen NAC is het niets om lang bij stil te blijven staan. ,,Op zich heb ik al die doelpunten nog wel op mijn netvlies staan, maar om ze zo op te noemen is lastig’’, zegt de spits. ,,Aan de ene denk je vaker terug dan aan de andere. Hoe mooi of hoe lelijk ze waren, doet uiteindelijk niet ter zake. Elk doelpunt telt gewoon voor een. Waar het om gaat is of je er wedstrijden mee wint.’’
Dat gebeurde niet zo vaak als gehoopt, sinds hij bijna twee jaar terug te overstap maakte van sc Heerenveen naar Ajax. Huntelaar was klaar voor een volgende stap in zijn ontwikkeling, maar kwam ook naar Amsterdam om prijzen te pakken, iets wat in Friesland en eerder bij AGOVV niet aan de orde was. Op sportpark Berg en Bos was de jongeling onderdeel van een team dat net als hij zijn eerste schreden in het betaalde voetbal zette. Een markant moyenne (26 competitiedoelpunten in 35 optredens) leverde hem een transfer naar Heerenveen op, waar Huntelaar de lijn schijnbaar moeiteloos doortrok. Een verdienstelijk debuutjaar (17 uit 31) werd gevolgd door een ware doelpuntenregen in het seizoen daarop. Bij de winterstop stond hij al weer op zeventien. De laatste treffer in die reeks viel uitgerekend tegen Ajax, de club waar hij twee dagen later formeel in dienst zou treden.
In de maanden die volgden, continueerde de goalgetter de formidabele serie die hij bij zijn vorige werkgever inzette. Een gemiddelde van een doelpunt per competitiewedstrijd bracht Huntelaar op het vorstelijke eindtotaal van 33 treffers en deed een nationale discussie oplaaien rond de vraag of Ajax’ doelpuntenmachine mee moest naar het WK in Duitsland. Die vergeefse roep van het publiek werd alleen nog maar heviger toen Huntelaar met Jong Oranje beslag legde op de Europese titel en met vier treffers topscorer van het toernooi werd.
Het succes in Portugal ziet de nu 24-jarige aanvaller zelf als het voorlopige hoogtepunt in zijn prille loopbaan, ook vanwege de innige band die hij altijd al voelde met het oranje shirt. ,,Het Nederlands elftal is veel groter dan welke club dan ook, vanwege de gezamenlijke beleving eromheen. Als Nederland een wedstrijd speelt, staat iedereen erachter. Het creëert een bijzonder gevoel, iets van nationale eenheid. Buiten die momenten is de steun in het land verdeeld over 38 clubs.’’
Hij groeide op als fan van Oranje, vertelt Huntelaar. ,,Sinds 1994 heb ik het Nederlands elftal echt intensief gevolgd. Het WK in Amerika, met wedstrijden midden in de nacht. Dat maakt diepe indruk als je nog zo jong bent. Ik trok thuis ook altijd oranje kleren aan, zoals supporters zich helemaal uitdossen als ze naar een wedstrijd komen. Ik houd echt van die feestelijke sfeer.’’
Ook hij keek met argusogen naar de loting die Nederland op het komende EK in een groep met Italië, Frankrijk en Roemenië deed belanden. Loodzwaar en dus een mooie uitdaging, aldus Huntelaar. ,,Wanneer je van deze tegenstanders kunt winnen, weet je meteen dat je meedoet voor de titel. Als je door de poule komt, ben je bovendien al een concurrent kwijt. En misschien zelfs twee. Het kan alle kanten op.’’
Hij sluit zich aan bij de spelers die na het voltooien van de moeizaam verlopen kwalificatiereeks verzuchtten dat ze niet konden wachten op confrontaties op het scherp van de snede, krachtmetingen met tegenstanders uit de buitencategorie. ,,Omdat die de mooiste wedstrijden opleveren, met spel dat op en neer gaat. Italië is weliswaar behoorlijk verdedigend ingesteld, maar bijvoorbeeld tegen Frankrijk krijg je zelf ook ruimte om te voetballen, omdat zij vooral naar voren denken. Dat is een groot verschil met de meeste teams die je in de voorronde tegenkomt. Die graven zich in en zijn blij met een gelijkspel.’’
De laatste interlands toonden aan dat Huntelaar nog werk te verzetten heeft om een plaatsje in de EK-selectie veilig te stellen. ,,Je kunt nooit afwachten, het komt altijd aan op presteren’’, beaamt hij. ,,Eerlijk gezegd had ik zelf het idee dat ik in de wedstrijd tegen Luxemburg zou spelen, omdat er toen plaats was voor twee centrumspitsen en ik in de interland daarvoor tegen Slovenië redelijk had gespeeld en had gescoord.’’ Bondscoach Marco van Basten gaf echter de voorkeur aan PSV’er Danny Koevermans, die prompt de treffer maakte waarmee Oranje zich officieel kwalificeerde voor het toernooi in Zwitserland en Oostenrijk.
Bij Ajax is Huntelaar een van de gezichtsbepalende en dragende spelers geworden, die bij afwezigheid van Edgar Davids en na het vroegtijdige afscheid van Jaap Stam bovendien de aanvoerdersband draagt. Een andere status dus dan toen hij werd thuisgelaten voor het WK, maar of dat van invloed is op de komende selectieprocedure vraagt hij zich af. ,,Ik zou echt niet weten hoe de bondscoach zulke dingen ziet. Het lijkt me dat het in eerste instantie om prestaties gaat.’’
In dat opzicht maakt de scherpschutter zich weinig zorgen. ,,Sinds mijn komst naar Ajax ben ik een betere voetballer geworden, dat weet ik wel zeker. Dat merk je gewoon; aan jezelf, aan wat je kunt en aan wat je ziet. Bepaalde spelsituaties gingen vroeger in mijn belevenis veel sneller, maar dat is niet zo. Als je vaker in zo’n situatie terecht bent gekomen, herken je het probleem en weet je hoe je moet anticiperen. Zo hou je tijd over om verder vooruit te denken.’’
De voorbije maanden passen in het stramien waaraan Huntelaar stilaan gewend is geraakt sinds hij zijn handtekening zette in Amsterdam. Er was gedoe rond de trainer, die vroeg in het seizoen van het toneel verdween, en er was volop kritiek op het vertoonde spel, vaak terecht. ,,Het hoort er blijkbaar bij. Als het niet zo goed gaat, heerst er altijd een bepaalde onrust. En als het goed gaat, is het positivisme meestal ook extreem.’’
Feit is dat Ajax ondanks alle problemen met de winterstop in zicht koploper is in de eredivisie en dat kwakkelen ook bij de concurrentie aan de orde van de dag is. Neem alleen al PSV, de tegenstander van vanmiddag en de club waar Huntelaar een flink deel van zijn opleiding genoot. ,,PSV is altijd degelijk en redelijk ervaren, maar zeker niet onklopbaar’’, zegt hij, luttele uren voordat de Eindhovenaren in eigen stadion een genadeloos pak op de broek krijgen van Roda JC. ,,Ik heb nog steeds warme gevoelens bij mijn PSV-tijd, bijvoorbeeld als ik terugdenk aan het jaar in de A1, onder leiding van Willy van der Kuijlen. Een enorm goede man, van wie ik veel heb opgestoken.’’
Een glimlach komt op zijn gezicht als Huntelaar het heeft over de enige keer dat hij in het eerste elftal van PSV acteerde. Als invaller voor Mateja Kezman mocht de junior van toen vijftien minuten meedoen tegen RBC. ,,Ik zat in de jeugd, dan is het je doel om het eerste te halen. Ik was dus dolblij met dat kwartiertje.’’
Later koos hij er zelf voor te vertrekken uit Eindhoven, omdat de club behalve contractverlenging ook een nieuwe verhuurperiode voorstelde. ,,Ik kende een paar voorbeelden van spelers voor wie dat niet goed was uitgepakt’’, aldus Huntelaar. ,,Ik redeneerde: als zij niet zeker zijn van hun zaak, probeer ik wel via mijn eigen route aan mijn plafond te komen. En kijk eens hoe ik nu terecht ben gekomen.’’