vrijdag 11 september 2009

Van rebel tot model


Nog niet eens zo lang geleden liet Luis Suarez zijn intuïtie nog wel eens prevaleren boven afspraken en zijn ego boven het teambelang. Nu is de 22-jarige Uruguayaan aanvoerder van Ajax en ontwikkelt hij zich meer en meer tot een modelprof. ,,Na die overwinning bij FC Groningen had ik een veel beter gevoel dan na mijn hattrick tegen RKC.''

,,Alles is nieuw'', zegt Luis Suarez op een zeker moment. Het gesprek gaat dan over de trainerswisseling bij Ajax, maar het zinnetje had ook kunnen slaan op de verhuizing van het eerste elftal naar jeugdcomplex De Toekomst of op de krachtsverhoudingen in de vaderlandse eredivisie. En in feite hebben Suarez’ woorden ook betrekking op hemzelf. Want de aanvaller heeft een ingrijpende gedaanteverwisseling ondergaan, sinds hij twee jaar geleden Ajacied werd. ,,Ik word ook een dagje ouder,'' lacht de 22-jarige Uruguayaan zijn karakteristieke rij tanden bloot.
Twee jaar terug was hij een veelbelovend, maar nog ongepolijst talent dat bereid was een breuk met FC Groningen te forceren om in Amsterdam terecht te komen. Een nogal recalcitrante jongen, die liever voetbalde op intuïtie dan op basis van afspraken. In zijn grillige spel lagen Zuid-Amerikaans temperament en maniertjes besloten. Schwalbes, opstootjes, fluitconcerten – daar kwam te vaak de nadruk op te liggen. Zo werd werd Suarez vorig seizoen niet alleen tweede op de topscorerslijst achter AZ-spits Mounir El Hamdaoui, op Mihai Nesu van FC Utrecht na had hij ook de meeste gele kaarten achter zijn naam.
Maar dat alles was toen en nu is alles nieuw, Luis Suarez incluis. De rebel van weleer lijkt meer en meer uit te groeien tot een modelprof. De komst van Martin Jol als vervanger van Marco van Basten hangt daar nauw mee samen, beaamt Suarez. ,,Er zijn geen twee trainers te vinden die precies hetzelfde zijn, al zou je het proberen. En allemaal hebben ze hun plussen en minnen. Zo heeft deze trainer als geen ander de gave om iedereen tevreden te houden. Niet alleen de jongens die altijd in de basis staan, maar ook degenen die weinig speeltijd krijgen. De selectie is nog nooit zo hecht en eensgezind geweest als nu.''
Ook Suarez voelt zich gewaardeerd en gestimuleerd door Jol, die de Uruguayaan al snel na zijn aantreden aanvoerder maakte. Die prestigieuze benoeming werkt door in zijn ontwikkeling, voelt de Ajacied. ,,Het is een mooie blijk van waardering, zeker voor een jonge speler zoals ik. Ik ben er trots op om aanvoerder van Ajax te zijn, maar ik besef ook dat het verantwoordelijkheden met zich meebrengt. Ik moet laten zien dat ik de grote speler ben die de trainer in mij ziet.''
Dat probeert de nieuwe captain vooral buiten het veld te doen. In de kleedkamer stelt hij zich bewust zo open mogelijk op, daar waar Suarez voorheen vooral zijn Spaanstalige teamgenoten opzocht. En ook naar buiten toe draagt hij op overtuigende wijze het wij-gevoel uit. ,,Niemand bij Ajax is beter of belangrijker dan een ander, daar moet iedereen van doordrongen zijn. We kunnen alleen kampioen worden als we daar met zijn allen hard voor werken. Samen kunnen we bijna alles.''

De collectiviteitsgedachte klinkt ook door als Suarez terugkijkt op de eerste wedstrijden van het seizoen. Natuurlijk, hij was blij en trots na de hattrick waarmee hij RKC Waalwijk op de knieën kreeg. ,,Maar na de overwinning bij FC Groningen had ik een veel beter gevoel. Als je weet dat Ajax het daar traditioneel heel moeilijk heeft en je blijft dan als team zo overeind, dan geeft dat heel veel voldoening. Ja, meer voldoening dan die drie doelpunten tegen RKC. Zondag had ik mijn twee goals tegen PSV ook zo willen inruilen voor drie punten. Het gaat er uiteindelijk alleen maar om dat wij wedstrijden winnen. En als ik daarmee topscorer van Nederland word, is dat hoogstens mooi meegenomen.''
Mismoedig stelt hij vast dat hij zijn potentie nog te weinig buiten de landsgrenzen heeft kunnen tonen. Sinds Suarez bij Ajax onder contract staat, boekte de club weinig aansprekende resultaten in Europese wedstrijden. Twee jaar geleden versperde Slavia Praag de toegangsdeur naar de Champions League, waarna ook de groepsfase van het UEFA Cuptoernooi werd misgelopen – door toedoen van Dinamo Zagreb. Vorig seizoen strandde Ajax in de vierde ronde van het toernooi dat inmiddels als Europa League door het leven gaat. Olympique Marseille was toen de boosdoener. Suarez: ,,Ajax hoort gewoon thuis in de Champions League. Het is niet goed om daar jaren achter elkaar niet bij te zijn. Ook daarom gaan we er alles aan doen om dit seizoen kampioen te worden. Zodat we het jaar erna weer tegen de sterkste ploegen van Europa kunnen spelen. Die grote wedstrijden, daar droom ik van.''
De realiteit heet Slovan Bratislava en is voor Suarez nog grotendeels een onbeschreven blad. Los daarvan ziet hij in dat de tweestrijd van groot belang is. Mocht de kampioen van Slowakije in twee etappes worden bedwongen, dan is Ajax immers zeker van nog eens zes duels op het Europese toneel. ,,Zo kunnen we ons toch laten zien in het buitenland. Dit mag dan niet het hoogste niveau zijn, maar ook in de Europa League zul je bijna alleen maar aansprekende namen tegenkomen. En daar mag Ajax niet tussen ontbreken.''
In de pas net gestarte race richting het kampioenschap is Sparta de volgende horde voor Suarez en co. Hij is beducht voor de Rotterdamse tegenstand, niet in de laatste plaats vanwege de ontluisterende nederlaag die Ajax vorig seizoen incasseerde op het Kasteel. Die middag luidde achteraf gezien het vroegtijdige vertrek van Van Basten in. ,,Wij waren echt heel slecht die dag'', herinnert Suarez zich. ,,Maar dat neemt niet weg dat ik Sparta echt een goede ploeg vind. Ook zij hebben inmiddels een nieuwe trainer, waardoor ze waarschijnlijk iets anders zullen spelen dan toen. Maar uiteindelijk moet dat allemaal niets uitmaken. Wij spelen thuis en thuis moeten we sowieso altijd winnen. Dat zijn we ook verplicht aan de mensen, aan het publiek.''
Geïnteresseerd en geamuseerd heeft Ajax’ aanvoerder de verrichtingen van de andere teams in de eredivisie gevolgd. ,,Het seizoen is nog jong, maar op basis van wat ik nu gezien heb, is de concurrentie groter geworden. AZ en Twente zijn er in elk geval niet zwakker op geworden, voor PSV geldt hetzelfde en Feyenoord lijkt ook weer aan te haken. Het maakt de competitie leuk en boeiend. Maar echt mooi is het pas als ik straks als eerste de kampioensschaal omhoog mag houden.''


WK als tweede grote doel
Naast de landstitel met Ajax heeft Luis Suarez dit seizoen nog een groot doel voor ogen: deelname aan het WK in Zuid-Afrika. Met de nationale equipe van Uruguay kan hij begin september een belangrijke stap zetten richting die eindronde. De ploeg van bondscoach Oscar Tabarez gaat dan eerst op bezoek bij Peru, de al uitgeschakelde hekkensluiter in de Zuid-Amerikaanse kwalificatiecyclus.
Drie dagen later ontvangt Uruguay in Colombia een van de directe concurrenten voor de vijfde plaats. Die geeft recht op het spelen van een uit- en thuiswedstrijd tegen een ploeg uit de Noord-Amerikaanse zone, met een WK-ticket als beloning voor de winnaar. De vijfde plek lijkt het hoogst haalbare voor Uruguay, dat momenteel achter Brazilië, Chili, Paraguay, Argentinië en Ecuador zesde staat.
In oktober spelen Suarez en zijn landgenoten nog uit tegen Ecuador en thuis tegen het Argentinië van bondscoach Diego Armando Maradona. ,,Het zou voor ons land een grote teleurstelling zijn als we het WK niet halen'', zegt Suarez. ,,We waren er drie jaar geleden ook al niet bij in Duitsland. En dat terwijl we toch een heel goede ploeg en een grote naam hebben. Wij zullen altijd het eerste land blijven dat ooit wereldkampioen werd, in 1930. Historisch gezien zijn we het derde land van Zuid-Amerika, na Brazilië en Argentinië. Er wordt altijd met respect over Uruguay gesproken.''

woensdag 26 augustus 2009

Vaste waarde met rugnummer 33


Bij de start van vorig seizoen was Erik Falkenburg een relatieve anonymus in de eredivisie, maar bij het opmaken van de balans had de jonge voetballer zomaar dertig wedstrijden voor Sparta achter zijn naam staan.

Aan die doorbraak in het betaalde voetbal heeft Falkenburg in elk geval geen kapsones of sterallures overgehouden, zo maakt zijn arriveren al duidelijk. De Leidenaar parkeert geen blitse sportwagen, maar een tamelijk onopvallend, blauw scootertje, bepaald niet het nieuwste model uit de showroom. Onlangs verruilde hij zijn ouderlijk huis in Oegstgeest voor een eigen appartementje in de Leidse binnenstad. ,,Ik ben in Leiden geboren en ik voel me ook echt een Leidenaar, ook al heb ik vijftien jaar in Oegstgeest gewoond.’’
Op 5-jarige leeftijd sloot hij zich daar samen met zijn twee jaar oudere broer aan bij de vv Oegstgeest. Later volgde een overstap naar UVS. ,,Ik speelde bij Oegstgeest met allemaal oudere jongens, terwijl ik toch al vrij klein van stuk was. Dat was niet altijd even leuk. UVS had een jeugdafdeling die goed aangeschreven stond en daar kon ik wel terecht in een team met leeftijdsgenootjes.’’
Zijn verblijf in de Kikkerpolder bleef beperkt tot een enkel seizoen. Daarin maakte Falkenburg dusdanig veel indruk dat hij stages kreeg aangeboden bij Ajax en bij ADO Den Haag. Toen die clubs hun belangstelling niet concretiseerden en Sparta hem na een proeftraining wel meteen wilde binnenhalen, was de keuze voor Falkenburg snel gemaakt. ,,Tot die tijd had ik puur voor mijn lol gevoetbald, maar ik denk dat elke jonge voetballer er wel van droomt om ooit prof te worden. Natuurlijk heb ik het er uitgebreid over gehad met mijn ouders. Het is nogal wat, om plotseling bijna elke dag naar Rotterdam te moeten reizen voor de trainingen. Maar dat was allemaal heel goed geregeld, met een busje dat me elke keer keurig kwam ophalen.’’
In de jeugdopleiding van Sparta ontwikkelde Falkenburg zich gestaag tot de speler die op 23 januari 2008 zijn debuut zou maken in de hoofdmacht van de Kasteelclub, uit bij PSV. ,,Het is niet zo dat ik vanuit de B’tjes direct ben doorgestoten naar het tweede, het is altijd geleidelijk gegaan. Toen ik achttien was, moest er onderhandeld worden voor mijn eerste profcontract. Dat was wel het moment waarop ik echt besefte dat het iets zou kunnen worden met mijn carrière.’’

Onder Foeke Booy, de coach die hem ook had laten debuteren, groeide Falkenburg vorig seizoen uit tot een vaste waarde in het eerste elftal van Sparta. Aan de zijde van routinier Arne Slot en generatiegenoot Kevin Strootman kwam de Leidenaar tot dertig optredens en drie doelpunten in de eredivisie. ,,Ik begon aan het seizoen met rugnummer 33, dat geeft al aan waar ik vandaan kwam en waar ik in de pikorde stond. Maar daarom had ik ook juist weer niets te verliezen, ik kon vrijuit proberen me te bewijzen. De voorbereiding ging heel goed en vervolgens heb ik vanaf de eerste wedstrijd bijna altijd in de basis gestaan.’’
In de winterstop lichtte Sparta de optie in zijn aflopende contract en amper twee maanden later werd die verbintenis ook nog eens met twee jaar verlengd, zodat Falkenburg nu tot medio 2012 vastligt. De Leidenaar ziet in dat hij zich op dit moment geen betere omgeving kan wensen dan Sparta, dat jonge voetballers voor de leeuwen gooit, deels vanwege een beperkte financiële armslag maar ook vanuit de filosofie die er heerst. ,,Er zijn niet zo veel clubs in Nederland waar een middenvelder van twintig jaar de kans krijgt om dertig wedstrijden per seizoen te spelen.’’
Dit seizoen staat de teller vooralsnog op nul. De competitieouverture tegen FC Twente ging aan Falkenburg voorbij vanwege een onwillige bilspier en afgelopen weekeinde hield de nieuwe coach Frans Adelaar hem negentig minuten op de reservebank in het DSB Stadion van AZ. Hij raakt er niet van in paniek. ,,De trainer weet heus wel wat ik kan.’’
Bij zijn vroegere clubs komt hij intussen eigenlijk nooit meer. ,,Bij Oegstgeest ging ik nog wel eens oud papier in de container gooien. En een paar maanden geleden was ik er uitgenodigd voor de sterrendag. Dat is een soort onderling toernooitje voor de jeugd. Ik heb meegedaan, heb de prijzen uitgereikt, ben met die kinderen op de foto gegaan en heb handtekeningen uitgedeeld. Dat was wel grappig, vooral ook omdat ik me nog kon herinneren dat ik daar vroeger zelf heb staan dringen voor een krabbel van Earnie Stewart.’’

woensdag 20 mei 2009

Een warme hand voor Louis van Gaal


Zijn contract in Amsterdam loopt nog twee jaar door en wat de toekomst daarna brengt, daarover heeft Gabri nog nauwelijks nagedacht. ,,Maar ik zou het wel mooi vinden om later te kunnen zeggen dat ik in al die jaren alleen voor Barcelona en Ajax heb gespeeld. Het zijn toch twee clubs die door de jaren heen een speciale connectie hebben opgebouwd.''

Wanneer Ajax vanmiddag met gepast respect de nieuwe kampioen van Nederland onthaalt, mag Louis van Gaal op ten minste één warme handdruk rekenen. In het kamp van de tegenstander komt de trainer van AZ een speler tegen die hij bijna tien jaar geleden liet debuteren in het eerste elftal van FC Barcelona. Real Zaragoza was de tegenstander, Gabriel García de la Torre weet het nog goed. Hij was een broekie van twintig jaar, dat zich in de jaren daarvoor had doen gelden in Barcelona B, het opleidingsteam van de Catalaanse grootmacht. Van Gaal haalde hem in de zomer van 1999 naar de A-selectie en op die 22ste augustus ging zijn droom dan eindelijk in vervulling. Een half uur voor tijd mocht hij invallen. Het klaterende applaus in Nou Camp was niet alleen bestemd voor de gewisselde Luis Enrique, het thuispubliek begroette er ook Gabri mee. Hij was eigen kweek en dus bij voorbaat sympathiek, in een seizoen waarin Barcelona met acht Nederlandse spelers op de loonlijst wellicht wat al te nadrukkelijk oranje kleurde.
Een paar maanden later nam Van Gaal geëmotioneerd ontslag bij de club die hij in de twee seizoenen daarvoor grote sportieve successen had geschonken. Zijn populariteit bij de pers en het Catalaanse publiek was tot een dieptepunt gedaald, maar Gabri spreekt nog immer in warme bewoordingen over de man die hij ook in het seizoen 2002-2003 nog even meemaakte bij Barcelona. ,,Van Gaal en Henk ten Cate zijn de twee belangrijkste trainers die ik in mijn carrière heb meegemaakt. Van Gaal heeft mij destijds de kans gegeven. Alleen al daarvoor zal ik hem altijd dankbaar blijven.''
Zonder in de keuken van AZ te kunnen kijken, schuift de Spaanse Ajacied een groot deel van de credits voor de Alkmaarse landstitel naar zijn voormalige leermeester. ,,Van Gaal slaagt er altijd in om het maximale uit een spelersgroep te halen, dat heb ik aan den lijve ondervonden. Hij is ontzettend veeleisend. Het belangrijkste dat ik van hem geleerd heb, is altijd geconcentreerd en gefocust te blijven. Of het nu een eenvoudige training is of een belangrijke wedstrijd, bij hem mag je nooit verslappen.''
Nog los van de keren dat Ajax en de andere concurrenten het dit seizoen lieten afweten, valt er op het kampioenschap van AZ niets af te dingen, meent ook Gabri. ,,Hun seizoen is een rechte lijn. Over een heel jaar zijn ze verreweg de meest constante ploeg geweest. Dat is geen kwestie van geluk, maar van kwaliteit. Als je drie wedstrijden voor het einde twaalf punten voor staat, kan dat nooit toeval zijn.''
Met meer dan gemiddelde belangstelling volgt hij nog altijd de verrichtingen van zijn eerste liefde. Net als AZ oogt Barcelona dit seizoen zeldzaam soeverein, ook al bevindt Real Madrid zich met zes punten achterstand nog binnen schootsafstand en is de Spaanse titelrace dus nog lang niet gelopen. Gabri kijkt ook met bewondering naar Josep Guardiola, de jonge trainer die de scepter overnam van Frank Rijkaard en met wie hij nog samenspeelde. ,,Hij en ik schelen iets te veel in leeftijd om echt vrienden te zijn, maar we hebben wel veel gemeenschappelijke vrienden. Pep woonde vroeger in een dorpje zes kilometer verderop. Hij was toentertijd al een grootheid, waar je als jongetje tegenop keek. Wat hij presteert als trainer, is ongelofelijk. Niemand in Barcelona twijfelde aan zijn kwaliteiten, visie en verstand van voetbal en iedereen wist dat het er op een dag van zou komen. Maar nu al? Dat had geen weldenkend mens kunnen voorspellen.''
Als trotse Catalaan ziet hij vergenoegd dat zijn generatiegenoten Carles Puyol, Andres Iniesta, Xavi en Victor Valdes tegenwoordig steunpilaren zijn in een collectief met Lionel Messi, Samuel Eto’o en Thierry Henry als onstuitbare aanvalslinie. ''Het is een prachtig elftal, waar ik natuurlijk nog steeds grote verbondenheid mee voel. Al is het de laatste tijd niet zo emotioneel op Barcelona te zien voetballen op tv. Daar is het eigenlijk zelden spannend genoeg voor.''
Het is nu drie jaar geleden dat Gabri vertrok uit zijn vaderland. De drievoudig Spaans international had destijds een periode van aanhoudend blessureleed achter zich, waarin hij had moeten toezien hoe Barcelona onder leiding van Rijkaard weer uitgroeide tot een swingend geheel, dat met twee landstitels en bovenal de Champions League in 2006 ook grote successen vierde. Dat er na zijn langdurige afwezigheid nog een voorname rol voor Gabri zou zijn weggelegd, leek derhalve steeds onwaarschijnlijker. En dus besloot hij in te gaan op de uitnodiging van Henk ten Cate, die als assistent van Rijkaard in drie jaar tijd een vertrouwensband met de revaliderende middenvelder opbouwde en nu bij Ajax aan de slag ging. ,,Het was tijd voor iets anders. Mijn contract bij Barcelona liep af en ik wilde graag eens een tijdje in een ander land wonen.''
Het leven in Amsterdam bevalt hem nog altijd uitstekend. ,,Dat komt ook omdat ik hier bij de club vanaf het eerste begin heel goed ben opgevangen. Je zou misschien denken dat het voor mij als Spanjaard makkelijk is dat er hier veel Spaanstalige jongens in de selectie rondlopen: Oleguer, Dario Cvitanich, Luis Suarez, Bruno Silva. Maar dat geldt vooral voor dingen buiten het voetbal. Juist de mensen van binnen de club helpen je als buitenlander om je aan te passen aan de Nederlandse gebruiken.''
Wat nog ontbreekt aan zijn Amsterdamse periode, is sportief succes. Natuurlijk, Gabri maakte deel uit van de ploeg die in 2007 beslag legde op de KNVB Beker. Maar de prijs waar Ajax in al zijn geledingen naar smacht, is ook dit jaar buiten bereik gebleven, constateert de Spanjaard met spijt in zijn stem. ,,Je merkt aan alles dat deze club ontzettend aan een kampioenschap toe is. Iedereen werkt er keihard voor, maar toch is het al een paar jaar niet gelukt. Dat doet mij ook pijn. Ik denk dat het voor al die mensen een enorme morele injectie zou zijn als wij Ajax komend seizoen alsnog aan de titel helpen.''
Hoe lang hij Ajax nog trouw blijft? Gabri heeft er nog nauwelijks over nagedacht. Wat vaststaat, is dat het contract van de 30-jarige middenvelder nog loopt tot de zomer van 2011. Daarna ligt alles open. ,,Ik denk niet in jaren of getallen,’ zegt hij. ‘Maar ergens heb ik altijd wel in mijn hoofd gehad dat ik op mijn 34ste zou stoppen als voetballer. Als dat bij Ajax is, prima. Want ik zou het wel mooi vinden om later te kunnen zeggen dat ik in al die jaren alleen voor Barcelona en Ajax heb gespeeld. Het zijn toch twee clubs die door de jaren heen een speciale connectie hebben opgebouwd.''

Blessureleed
Zoals Ajax zichzelf rond deze tijd van het jaar maar wat graag had teruggezien op het bordes, spuitend met champagne en zwaaiend met de kampioensschaal, zo kan ook Gabriel García de la Torre zich wel een prettiger omgeving voorstellen dan het krachthonk van sportpark de Toekomst. Toch is dat tijdelijk het tweede thuis van de Spaanse Ajacied, juist nu de Eredivisie zijn ontknoping nadert en zijn team nog drie keer vol aan de bak moet om als tweede te kunnen eindigen. Gabri zal die cruciale wedstrijden tegen AZ, Sparta en FC Twente stuk voor stuk vanaf de tribune bekijken, nu hij worstelt met een blessure – niet voor het eerst dit seizoen. Drie weken terug verstuikte hij zijn rechterenkel, tijdens Jong Ajax-Jong Sparta. In dat duel maakte Gabri juist zijn rentree, nadat een scheurtje in een kuitspier en een lichte hersenschudding hem wekenlang aan de kant hadden gehouden. ,,Het is pure pech,'' zegt hij berustend. ,,Ik maakte een sprong en bij de landing voelde ik mijn enkel wegklappen. Het hoort er helaas bij. Wie voetbalt, kan geblesseerd raken. Dat is altijd vervelend, maar vooral in deze fase, nu de beslissingen vallen.''
Nog zeker twee weken denkt hij nodig te hebben om weer voluit te kunnen rennen. Tegen die tijd is de competitie al voorbij, een competitie die zowel voor Ajax als voor Gabri tamelijk teleurstellend is verlopen. Vooral door blessureleed was zijn inbreng geringer dan in voorgaande jaren. Slechts zestien keer deed de Spanjaard mee, tegen 31 en 26 optredens in de seizoenen hiervoor. ,,Voor mij zit er niets anders op dan revalideren en hard trainen om weer helemaal fit te worden. Ik richt me op het nieuwe seizoen. De voorbereiding begint al op 22 juni en tegen die tijd wil ik er staan.''

woensdag 19 december 2007

'Elk doelpunt telt gewoon voor een'


Na bijna twee seizoenen, tweeënzestig competitiewedstrijden en vijftig treffers in de eredivisie kijkt Klaas Jan Huntelaar met gemengde gevoelens terug. ,,Het wordt nu tijd voor de hoofdprijs. Daarvoor ben ik naar Ajax gekomen.’’

De eerste wandeling naar het trainingsveld door een erehaag van supporters, de overweldigende belangstelling van de media bij zijn officiële presentatie in het Ajax-shirt, zijn ontwapenende commentaar op de vraag of de transfersom van negen miljoen euro niet voelde als een molensteen om zijn nek (’ik heb nog niets zien hangen’); het lijkt langer dan twee jaar geleden, vindt Klaas Jan Huntelaar. ,,Dat komt vooral doordat het eigenlijk drie periodes zijn: het eerste halfjaar onder Danny Blind, toen een heel seizoen met Henk ten Cate en nu weer een half seizoen.’’
Dat gefragmenteerde geeft al aan dat het sinds de entree van Huntelaar zelden rustig was bij Ajax en verklaart ook zijn gemengde gevoelens. ,,Ik ben bij een heel mooie club terecht gekomen, maar sportief wil je natuurlijk altijd meer. Kampioen worden, Europees gezien goed presteren en zo lang mogelijk meedoen. Dat is allebei niet gelukt. We hebben de laatste twee seizoenen wel de beker gewonnen, dat was ook mooi. Maar het wordt nu tijd voor de hoofdprijs. Daarvoor ben ik naar Ajax gekomen.’’
Zijn eigen statistieken uit de achterliggende periode zijn ronduit overweldigend, al is Huntelaar de eerste om de waarde daarvan in het juiste perspectief te plaatsen. Zijn vijftigste competitietreffer voor Ajax mocht dat een cijfermatige mijlpaal vormen, als hij valt in een droevige vertoning als onlangs tegen NAC is het niets om lang bij stil te blijven staan. ,,Op zich heb ik al die doelpunten nog wel op mijn netvlies staan, maar om ze zo op te noemen is lastig’’, zegt de spits. ,,Aan de ene denk je vaker terug dan aan de andere. Hoe mooi of hoe lelijk ze waren, doet uiteindelijk niet ter zake. Elk doelpunt telt gewoon voor een. Waar het om gaat is of je er wedstrijden mee wint.’’
Dat gebeurde niet zo vaak als gehoopt, sinds hij bijna twee jaar terug te overstap maakte van sc Heerenveen naar Ajax. Huntelaar was klaar voor een volgende stap in zijn ontwikkeling, maar kwam ook naar Amsterdam om prijzen te pakken, iets wat in Friesland en eerder bij AGOVV niet aan de orde was. Op sportpark Berg en Bos was de jongeling onderdeel van een team dat net als hij zijn eerste schreden in het betaalde voetbal zette. Een markant moyenne (26 competitiedoelpunten in 35 optredens) leverde hem een transfer naar Heerenveen op, waar Huntelaar de lijn schijnbaar moeiteloos doortrok. Een verdienstelijk debuutjaar (17 uit 31) werd gevolgd door een ware doelpuntenregen in het seizoen daarop. Bij de winterstop stond hij al weer op zeventien. De laatste treffer in die reeks viel uitgerekend tegen Ajax, de club waar hij twee dagen later formeel in dienst zou treden.
In de maanden die volgden, continueerde de goalgetter de formidabele serie die hij bij zijn vorige werkgever inzette. Een gemiddelde van een doelpunt per competitiewedstrijd bracht Huntelaar op het vorstelijke eindtotaal van 33 treffers en deed een nationale discussie oplaaien rond de vraag of Ajax’ doelpuntenmachine mee moest naar het WK in Duitsland. Die vergeefse roep van het publiek werd alleen nog maar heviger toen Huntelaar met Jong Oranje beslag legde op de Europese titel en met vier treffers topscorer van het toernooi werd.
Het succes in Portugal ziet de nu 24-jarige aanvaller zelf als het voorlopige hoogtepunt in zijn prille loopbaan, ook vanwege de innige band die hij altijd al voelde met het oranje shirt. ,,Het Nederlands elftal is veel groter dan welke club dan ook, vanwege de gezamenlijke beleving eromheen. Als Nederland een wedstrijd speelt, staat iedereen erachter. Het creëert een bijzonder gevoel, iets van nationale eenheid. Buiten die momenten is de steun in het land verdeeld over 38 clubs.’’
Hij groeide op als fan van Oranje, vertelt Huntelaar. ,,Sinds 1994 heb ik het Nederlands elftal echt intensief gevolgd. Het WK in Amerika, met wedstrijden midden in de nacht. Dat maakt diepe indruk als je nog zo jong bent. Ik trok thuis ook altijd oranje kleren aan, zoals supporters zich helemaal uitdossen als ze naar een wedstrijd komen. Ik houd echt van die feestelijke sfeer.’’
Ook hij keek met argusogen naar de loting die Nederland op het komende EK in een groep met Italië, Frankrijk en Roemenië deed belanden. Loodzwaar en dus een mooie uitdaging, aldus Huntelaar. ,,Wanneer je van deze tegenstanders kunt winnen, weet je meteen dat je meedoet voor de titel. Als je door de poule komt, ben je bovendien al een concurrent kwijt. En misschien zelfs twee. Het kan alle kanten op.’’
Hij sluit zich aan bij de spelers die na het voltooien van de moeizaam verlopen kwalificatiereeks verzuchtten dat ze niet konden wachten op confrontaties op het scherp van de snede, krachtmetingen met tegenstanders uit de buitencategorie. ,,Omdat die de mooiste wedstrijden opleveren, met spel dat op en neer gaat. Italië is weliswaar behoorlijk verdedigend ingesteld, maar bijvoorbeeld tegen Frankrijk krijg je zelf ook ruimte om te voetballen, omdat zij vooral naar voren denken. Dat is een groot verschil met de meeste teams die je in de voorronde tegenkomt. Die graven zich in en zijn blij met een gelijkspel.’’
De laatste interlands toonden aan dat Huntelaar nog werk te verzetten heeft om een plaatsje in de EK-selectie veilig te stellen. ,,Je kunt nooit afwachten, het komt altijd aan op presteren’’, beaamt hij. ,,Eerlijk gezegd had ik zelf het idee dat ik in de wedstrijd tegen Luxemburg zou spelen, omdat er toen plaats was voor twee centrumspitsen en ik in de interland daarvoor tegen Slovenië redelijk had gespeeld en had gescoord.’’ Bondscoach Marco van Basten gaf echter de voorkeur aan PSV’er Danny Koevermans, die prompt de treffer maakte waarmee Oranje zich officieel kwalificeerde voor het toernooi in Zwitserland en Oostenrijk.
Bij Ajax is Huntelaar een van de gezichtsbepalende en dragende spelers geworden, die bij afwezigheid van Edgar Davids en na het vroegtijdige afscheid van Jaap Stam bovendien de aanvoerdersband draagt. Een andere status dus dan toen hij werd thuisgelaten voor het WK, maar of dat van invloed is op de komende selectieprocedure vraagt hij zich af. ,,Ik zou echt niet weten hoe de bondscoach zulke dingen ziet. Het lijkt me dat het in eerste instantie om prestaties gaat.’’
In dat opzicht maakt de scherpschutter zich weinig zorgen. ,,Sinds mijn komst naar Ajax ben ik een betere voetballer geworden, dat weet ik wel zeker. Dat merk je gewoon; aan jezelf, aan wat je kunt en aan wat je ziet. Bepaalde spelsituaties gingen vroeger in mijn belevenis veel sneller, maar dat is niet zo. Als je vaker in zo’n situatie terecht bent gekomen, herken je het probleem en weet je hoe je moet anticiperen. Zo hou je tijd over om verder vooruit te denken.’’
De voorbije maanden passen in het stramien waaraan Huntelaar stilaan gewend is geraakt sinds hij zijn handtekening zette in Amsterdam. Er was gedoe rond de trainer, die vroeg in het seizoen van het toneel verdween, en er was volop kritiek op het vertoonde spel, vaak terecht. ,,Het hoort er blijkbaar bij. Als het niet zo goed gaat, heerst er altijd een bepaalde onrust. En als het goed gaat, is het positivisme meestal ook extreem.’’
Feit is dat Ajax ondanks alle problemen met de winterstop in zicht koploper is in de eredivisie en dat kwakkelen ook bij de concurrentie aan de orde van de dag is. Neem alleen al PSV, de tegenstander van vanmiddag en de club waar Huntelaar een flink deel van zijn opleiding genoot. ,,PSV is altijd degelijk en redelijk ervaren, maar zeker niet onklopbaar’’, zegt hij, luttele uren voordat de Eindhovenaren in eigen stadion een genadeloos pak op de broek krijgen van Roda JC. ,,Ik heb nog steeds warme gevoelens bij mijn PSV-tijd, bijvoorbeeld als ik terugdenk aan het jaar in de A1, onder leiding van Willy van der Kuijlen. Een enorm goede man, van wie ik veel heb opgestoken.’’
Een glimlach komt op zijn gezicht als Huntelaar het heeft over de enige keer dat hij in het eerste elftal van PSV acteerde. Als invaller voor Mateja Kezman mocht de junior van toen vijftien minuten meedoen tegen RBC. ,,Ik zat in de jeugd, dan is het je doel om het eerste te halen. Ik was dus dolblij met dat kwartiertje.’’
Later koos hij er zelf voor te vertrekken uit Eindhoven, omdat de club behalve contractverlenging ook een nieuwe verhuurperiode voorstelde. ,,Ik kende een paar voorbeelden van spelers voor wie dat niet goed was uitgepakt’’, aldus Huntelaar. ,,Ik redeneerde: als zij niet zeker zijn van hun zaak, probeer ik wel via mijn eigen route aan mijn plafond te komen. En kijk eens hoe ik nu terecht ben gekomen.’’

zaterdag 8 december 2007

Leiden zou bellen, maar belde nooit

ROTTERDAM - Hij passeert de schuifdeuren van de Vijf Meihal vanavond als coach van de tegenstander, maar als je het Toon van Helfteren op de man af vraagt, had hij nu net zo goed bij ZZ Leiden kunnen werken. ,,Ze hebben mij nooit benaderd. En ja, dat vind ik raar voor iemand met een bepaalde naam en status, die ook nog eens om de hoek woont.''
Met Rotterdam Challengers keert de recordinternational (207 interlands) terug in dezelfde kleine, knusse sporthal waar hij als speler halverwege de jaren tachtig drie seizoenen lang zijn kunsten vertoonde. Het waren de laatste stuiptrekkingen van het eredivisiebasketbal in Leiden, met twee jaar lang Elmex als bescheiden geldschieter en vervolgens een laatste episode onder de vlag van BS Leiden. Voor Van Helfteren telde vooral de kracht van de ploeg en de sterke band met zijn medespelers. ,,Ik kende veel jongens al van het Nederlands team, met name Emill Hagens, mijn roomie bij Oranje. Wij waren gewoon goede vrienden, daar kwam het wel op neer.''
Zo bezien was zijn keuze voor Leiden niet verrassend, nadat hij in Delft twaalf seizoenen op het hoogste niveau achter de rug had, met het landskampioenschap in 1975 als hoogtepunt. De titel - toen nog gewoon vergeven aan de winnaar van de reguliere competitie - werd binnengehaald in de Vijf Meihal, maar uitgerekend die wedstrijd moest de zelden geblesseerde Van Helfteren vanwege rugproblemen aan zich voorbij laten gaan. ,,Ik speelde bij Delft in een team dat in feite rond mij was opgebouwd. Daar voelde ik me verantwoordelijk voor. Daarbij komt dat ik nogal trouw en honkvast ben.'' Uitwijken deed hij pas toen het echt niet anders kon: 'zijn' team hield op te bestaan, toen de geldkraan gesloten werd.
In Leiden werd Van Helfteren enthousiast onthaald, maar tegelijk met een verzuchting. De vette jaren met Parker als hoofdsponsor hadden allicht meer dan dat ene kampioenschap (1978) kunnen opleveren, als de Delftse ster eerder was gestrikt. ,,Veel mensen zeiden tegen me 'we zijn hartstikke blij dat je hier bent, maar waarom nu pas?' Ik ben ijdel genoeg om te denken dat ze daar wel een beetje gelijk mee hadden.''
Met veel minder financiële armslag reikte Leiden in de periode-Van Helfteren even goed nog tweemaal tot de finale van de play-offs, waarin Nashua Den Bosch beide keren over de langere adem beschikte. Ook won de equipe van coach Ruud Harrewijn in '83 de toen nog prestigieuze Haarlem Basketbal Week, tot voor kort een prestatie die door geen enkele Nederlandse ploeg werd geëvenaard. ,,Wat me vooral bijstaat uit die tijd is toch de gezelligheid als iedereen weer eens bleef hangen in de kantine van de Vijf Meihal. En de mensen in de begeleiding die werkelijk alles over hadden voor die club. Jan Klerks, Hans Halvemaan, noem ze maar op.''
Coachen doet Van Helfteren al sinds hij op 17-jarige leeftijd naar de sportacademie ging. Sinds zijn afscheid als speler voerde hij onder andere de regie bij het Nederlands team, Den Bosch, Werkendam en Amsterdam. In de hoofdstad kreeg de geboren Brabander al eens te maken met Ivo Boom, de huidige coach van Leiden. ,,Ik kende Ivo nog wel van een trainerscursus die ik jaren terug had gegeven in de Vijf Meihal. Een heel vriendelijke gast. Het viel me toen al op dat hij er goed mee bezig was. Ivo had al vroeg een heel eigen mening over hoe basketbal gespeeld moet worden.''
Dat die niet overeenstemt met de visie van Van Helfteren, werd al snel duidelijk. ,,Ivo was bij Amsterdam verantwoordelijk voor het tweede team. Aan het begin van het seizoen hebben we met een aantal trainers bij elkaar gezeten, om een centrale speelwijze te bepalen en zo de doorstroming van spelers naar het eerste te vergemakkelijken. Maar daar is niets van terecht gekomen; Ivo liet zijn ploeg heel anders spelen. Hij wilde niet achter mij aanlopen.''
Dat Leiden voor zijn rentree in de eredivisie Boom als coach contracteerde, kan Van Helfteren (56) niet goed begrijpen. ,,Kijk, je hebt veel coaches die hun hele leven op niveau hebben gespeeld en die rollen automatisch door in het trainersvak. Dat wil niet zeggen dat zij allemaal goede coaches zijn. Je hebt anderen die vanaf hun twintigste aan de zijlijn staan en zich daar in de sport hebben verdiept. Dat zijn op hun beurt niet allemaal slechte coaches, maar ze missen hoe dan ook bepaalde bagage. Ik zou de eindverantwoordelijkheid in een organisatie nooit aan zo iemand geven. In het geval van Leiden had ik gezegd: pik een gelouterde naam en zet daar jongere mensen omheen als assistenten.''
Die gelouterde naam had heel goed die van Toon van Helfteren kunnen zijn, zegt Toon van Helfteren. De Delftenaar was beschikbaar, nadat zijn dienstverband bij Amsterdam niet opleverde wat het bestuur aldaar in gedachten had. ,,Ik weet van een insider dat mijn naam ook is geopperd bij Leiden. Ze zouden me bellen, maar hebben dat nooit gedaan. En ja, dat vind ik raar voor iemand met een bepaalde naam en status, die ook nog eens om de hoek woont. Daarbij heb ik een zekere reputatie als het gaat om het opbouwen van een team en het inpassen van jeugdig talent.''
Her en der werd gesuggereerd dat Leiden Van Helfteren anderhalf jaar terug financieel onhaalbaar achtte. Hij kan er slechts schamper om lachen. ,,Ik zit nu nota bene bij Rotterdam. Dan kun je op je vingers natellen hoe duur Van Helfteren is.''
Rotterdam Basketball kon vorig seizoen ternauwernood de competitie afmaken, nadat zakenman Johan van Haga de club voor een faillissement behoedde. Qua budget is de ploeg een van de kleinere spelers. ,,Ons doel is het stabiliseren van de hele organisatie achter dit team'', stelt Van Helfteren. ,,Het halen van de play-offs noem ik niet eens. Dat is eigenlijk vrij gemakkelijk, met acht van de twaalf ploegen die doorgaan. Of acht van de elf, mocht de stekker eruit gaan bij Omniworld.''
Rotterdam staat na veertien wedstrijden zevende, twee posities boven Leiden, dat bovendien al twee duels meer speelde. Begin november speelden beide teams binnen een week al twee keer tegen elkaar, beide keren in het Rotterdamse Topsportcentrum. De thuisploeg won twee keer, met 84-64 en 77-76. Van Helfteren: ,,Zij hadden in die eerste wedstrijd personele problemen, dat gebiedt de eerlijkheid wel te zeggen. Een week later waren ze op Sjors Besseling na wel compleet. Maar ik denk dat de grootste factor in deze competitie is of je thuis of uit speelt. Zeker voor Rotterdam is dat een enorm verschil.''